Onze kerk is toegewijd aan de Heilige Martinus. Hij leefde in de vierde eeuw. Als Romeins soldaat ontmoette hij eens een bedelaar. Hij deelde zijn mantel doormidden met het zwaard en gaf de ene helft aan de arme man om zich te kleden. Op ongeveer 18-jarige leeftijd ontving hij het doopsel. Hij stichtte verschillende kloosters en trok met zijn monniken door heel Gallië, om het evangelie te verkondigen en christengemeenschappen te stichten. Later werd hij bisschop van Tours. Hij stierf te Candes in 397. In onze kerk zijn twee gebrandschilderde ramen aan zijn leven gewijd. Het kerkelijk feest is op 11 november. De tweede patroon van onze parochie is St. Rochus. Deze Franse heilige trok als pelgrim door Italië. Daar ontmoette hij de "zwarte dood", de pestziekte. Hij verzorgde de zieken, totdat hij zelf door de pest werd aangetast. St. Rochus wordt bijzonder aangeroepen tegen besmettelijke ziekten en een onterende dood. Zijn kerkelijk feest is op 16 augustus. In die week is er een bijzonder octaaf ter ere van hem. Twee ramen zijn aan zijn leven gewijd en een beeltenis van deze heilige staat in onze kerk. GESCHIEDENIS VAN DE PAROCHIE Vanaf 1200 n. Chr. hebben de bewoners van het gebied Spekholzerheide tot de Lambertus-parochie van Kerkrade behoord. Vooral in de winter, als de wegen door hevige regen en sneeuwval onbegaanbaar waren, konden velen 's Zondags niet naar de kerk gaan. Omstreeks 1836 hebben de mensen van het tegenwoordige gebied Kerkrade-West pogingen gedaan om hier een eigen parochiekerk te krijgen. Dat plan viel bij de bevolking en het gemeentebestuur van Kerkrade niet in goede aarde. Men wilde liever de bestaande Lambertuskerk door een nieuw en ruimer gebouw vervangen. Men dacht er gewoon niet aan om in het westelijk deel van Kerkrade een kerk te bouwen. Op zes november 1839 stuurden de initiatiefnemers een verzoekschrift naar Koning Willem III. Honderd ondertekenaars brachten ter kennis aan de koning dat hun gehucht Spekholzerheide elfhonderd zielen telde en dat ze meer dan een uur moesten lopen naar de Lambertuskerk. Tevens vermeldden zij dat die kerk op zon- en feestdagen te klein was om alle gelovigen te bevatten. De ondertekenaars stelden ook vast dat noch kerkelijke overheid, noch het gemeentebestuur enig bezwaar kon hebben omdat met de oprichting van een nieuwe parochiekerk een algemeen belang werd gediend. Aan de koning werd beloofd en verzekerd dat Spekholzerheide rijkelijk zou bijdragen in de kosten van het nieuwe kerkgebouw en het onderhoud van de bedienaars. Tevens bood men kosteloos een terrein aan voor de bouw van de kerk en de pastorie. Aansluitend vroegen de ondertekenaars dan een redelijk deel uit de provinciale gemeentelijke fondsen en een subsidie uit de Rijkskas. De gebieden waar het over ging, stonden echter in die tijd onder Belgisch bestuur. Net in die tijd (rond 1840) ging Limburg bij Nederland horen. Ook werd de provincie van het bisdom Luik afgescheiden en verheven tot een zelfstandig Apostolisch Vicariaat onder Mgr. Paredis. Door deze ontwikkelingen werd het plan voor een kerk in Kerkrade-West op de lange baan geschoven. De initiatiefnemers werd verweten dat ze zich eerst hadden moeten wenden tot het kerkelijk bestuur in plaats van zich tot Koning Willem III te wenden. Ook hadden zij andere noodzakelijke formaliteiten niet vervuld en waren de bijdragen, die de bewoners van Spekholzerheide hadden aan te bieden, te gering. De Kerkraadse gemeenteraad vond het zeer onsympathiek dat de westelijke gehuchten de bouw van een nieuwe en grotere kerk in Kerkrade-centrum hadden willen dwarsbomen. Goed nieuws was dat de Apostolische Vicaris aan de gouverneur van Limburg meedeelde dat hij na voltooiing van de kerk in Kerkrade de oprichting van een parochie te Spekholzerheide in overweging zou nemen. In 1844 ging weer een verzoek naar 's-Gravenhage en in 1845 ging een verzoek naar Mgr. Paredis. Deze laatste schreef toen aan de gouverneur dat er geen bezwaar meer bestond tegen het oprichten van een nieuwe parochie, omdat de kerk in Kerkrade voltooid was. Hij begreep niet waarom men vanuit Spekholzerheide een verzoekschrift stuurde omdat hij enige tijd van tevoren zijn eigen toestemming had gegeven. Er was toen ergens een misverstand want de bisschop verkeerde zelfs in de veronderstelling dat men al met de werkzaamheden was begonnen. De door de bisschop aangewezen gehuchten Spekholzerheide, Onderspekholz, Wijbach, Gracht, Kalbert en de hoeven Crombach, Spekholz en Firenschats zouden de nieuwe parochie vormen. Met nadruk wees de bisschop erop dat het gehucht Holzbroek en de pachthoeve Winzelen niet tot de op te richten parochie zouden behoren. Ondanks de weerbarstige houding van het Kerkraads Gemeentebestuur werd een bouwcommissie gevormd. De heren Caspar Beckers, Jan Habets, Jan Jozef Quadvlieg, Jan Berthold Gorissen, Hendrik Houben, Lambert Spijkers en Peter Jozef Austen traden op als de gemachtigden van de belanghebbenden. Het statenlid Corten werd door de gouverneur afgevaardigd om in de pijnlijke kwestie Spekholzerheide-Kerkrade te bemiddelen. Op 13 oktober 1849 vergaderde de gemeenteraad onder voorzitterschap van de heer Corten. Na lang beraad viel het besluit dat Spekholzerheide zijn kerk zou krijgen. De gemeente gaf een subsidie van f 3.100, -- inclusief het bouwterrein van f 300, -- dat zij beschikbaar stelde. De ontwerpen voor de nieuwe kerk werden in 1850 naar 's-Gravenhage gestuurd. Er heeft nog onenigheid bestaan over de keuze van de bouwplaats tussen de bewoners van Spekholzerheide en Onderspekholz. Toch werd men het eens en op 2 juli 1850 werd de eerste steen gelegd door deken Quodbach. Peter Joseph Hieronimus Scheuren werd in oktober 1851 tot de eerste pastoor van de nieuwe parochie benoemd. Op 1 december 1851 werd de kerk in gebruik genomen. 9 Juli 1856 was een belangrijke dag voor Kerkrade-West: Mgr. Paredis kwam toen de nieuwe kerk consacreren. Eerste patroon werd St. Martinus en de tweede werd St. Rochus. In juni 1863 werden de gehuchten Locht en Drievogels bij Spekholzerheide gevoegd. Hierbij hoorden ook de buurtschappen Onderste Locht en Valkenhuizen. In 1908 heeft pastoor van J. Wersch de kerk aanmerkelijk vergroot omdat ze door de vrij sterke uitbreiding van het dorp te klein was. Het oude kerkhof aan de noordzijde, in 1851 door deken Quodbach ingewijd, was ook te klein. De pastoor kocht toen enige terreinen aan de Klein-Graverstraat, die tot kerkhof werden ingericht. Onder pastoor Jongen, de opvolger van pastoor van J. Wersch, is de vergroting van de kerk voltooid. Het is waarschijnlijk dat de schilderingen in de koepel, die nu opnieuw de kerk sieren, aangebracht zijn in de jaren 1914-1918. De laatste verbouwing vond plaats onder pastoor W. Theelen in 1933, toen de kerk haar huidige vorm kreeg. De zijbeuken werden toegevoegd en zo ontstond een heel uniek kerkgebouw met drie oksalen en drie torens, bijzonder in zijn soort, zeer sfeervol en met een schitterende akoestiek. Pastoor W. Theelen zorgde ook voor de prachtige klokken die nu in onze kerktoren hangen (de oorspronkelijke klokken zijn in de bezettingstijd weggehaald). In 1949 verongelukte deze pastoor in de Holzbroekstraat. De opvolger was pastoor C. Grooten, die al parochie-herder was op de Gracht. Onder zijn pastoraat werd het eeuwfeest van de kerk gevierd. Ook werd in het jaar 1949 de geluidsinstallatie aangebracht (52 kastjes). In de loop der jaren zijn wegens de uitbreiding in Spekholzerheide nieuwe parochies ontstaan. Zij werden afgescheiden van het gebied van de St. Martinusparochie: Terwinselen, Gracht en Heilust. Ook een gedeelte van de parochie Kaalheide behoorde vroeger bij de St. Martinusparochie. Pastoor J. Custers volgde in 1964 pastoor C. Grooten op, die wegens pensioengerechtigde leeftijd wat rustiger aan ging doen. Onder zijn pastoraat werd de kerk van mijnschade hersteld en het binnenste van kerk gewijzigd. Zoals dat hoorde bij die tijd werd de overdaad aan afbeeldingen verminderd, communiebanken verwijderd en de altaartafel dichter bij de mensen gebracht. In 1967 kwamen er parkeerplaatsen rondom het kerkgebouw. Einde 1975 kwam kapelaan L. Hausmans van Simpelveld als de nieuwe pastoor en opvolger van pastoor J. Custers naar Spekholzerheide. Een half jaar later werd pastor B. Knubben, (fulltime werkzaam opde Universiteit voor theologie en pastoraat) als parochie assistent benoemd. In teamverband ontwierpen ze een beleidsplan voor de parochie, waarin de eigen verantwoordelijkheid van de medegelovigen centraal kwam te staan. Hun team werd versterkt door een kerngroep. De bestaande parochieraad werd gaandeweg vervangen door de pastorale contactgroep, waarin allerlei nieuw opgerichte werkgroepen waren vertegenwoordigd. Verder werd een parochiegids voor alle parochianen en nieuwkomers uitgegeven. In 1977 brak er brand uit in een biechtstoel, waardoor het gebrandschilderde raam, voorstellende de ommegang van O.L.V. Sterre der Zee na de oorlog, zwaar werd beschadigd. In die tijd werden de pastorie, de kapelanieën, de toren en het kerkdak opgeknapt. Ook de kapel in de Kleingraverstraat kreeg een goede beurt. In de kerk werd de vroegere doopkapel verbouwd tot Lourdeskapel. Voor slechthorenden kwam er een ringleiding. Door de grote inzet en medewerking van de Stichting "Steunfonds tot behoud van de St. Martinusparochie" werd het mogelijk gemaakt dat in september 1988 het kerkorgel weer in gebruik werd genomen. Een grondige restauratie van f 80.000, -- maakte het mogelijk dat het kerkorgel weer in ere werd hersteld. In 1990 werd begonnen met een grootschalige restauratie van de gehele kerk. Een restauratie -die meer dan een miljoen zou gaan kosten-, moest de kerk voor totaal verval gaan behoeden. Want de St. Martinuskerk zou –zoals in het verleden - ook in de toekomst de moederkerk moeten blijven vormen van Kerkrade West. Het torenuurwerk, dat al maanden niet meer functioneerde werd in december 1991 officieel in gebruik genomen. Het werd vervangen door een degelijk, door een computer gestuurd, systeem. De wijzerplaten en het uurwerk werden weer geplaatst inde oorspronkelijk daarvoor bestemde nissen. De restauratie van debuitenkant werd in 1992 afgerond. Bij dit deel van de restauratie werden vele veranderingen weer in oude eer hersteld. De muren werden gereinigd en gevoegd. Hierbij werd het interieur van de toren gevoegd, wat sedert de bouw van de toren nog niet was gebeurd. Vanaf medio 1992 wordt gestart met de restauratie van het interieur waarvan het verval dagelijks verergerde. Alle binnenwanden werden van nieuw stucwerk voorzien met specie, waarvan de grondstoffen uit Beieren werden aangevoerd. Met 17.000 schroeven werden deklatten in het wankelend spant vastgezet. Een nieuw circuit werd aangelegd om een prachtige verlichting van elektriciteit te voorzien. Er kwamen twee dagkapellen, handig afgescheiden met een muurtje, waarin de kunstwerken van de vroegere communiebanken uitstekend tot hun recht konden komen. Maar het meest opvallend werden de prachtige schilderingen boven het altaar en in de koepel, die in de zeventiger jaren wit waren overgekalkt. Bij dit alles waren talloze vrijwilligers behulpzaam. Op 14 April 1996 gaat de vlag in top. Met een groot feest wordt de renovatie gevierd en de bekroning op het werk is dat in 1998 onze kerk op de monumentenlijst wordt geplaatst. Oorspronkelijk gebouwd als Waterstaatskerk in classisethische stijl, ontworpen in 1850 door de Waterstaatsarchitect Weustenrath, Jean Theodoor uit Maastricht. Rond 1900 vond de eerste verbouwing plaats: de toren werd verhoogd tot de huidige hoogte en diverse onderdelen werden verrijkt. In 1933 werden de 2 zijbeuken / omgangen aangebouwd, incl. de zij-ingangen. De verbouwingen zijn verricht door architect J.W.A.Groenendaal; deze heeft de kerk zijn Neo-Romaans karakter gegeven. De kerk is van belang omdat het een stijl betreft, die als specimen van het oeuvre van de architecten geldt en in het kader van de sociaal-economische en cultuurhistorische ontwikkeling geplaatst kan worden. De sobere doch zuivere Romaanse stijl - mentaal, verwant aan de Rijnlandse traditie- is uniek en het plastisch samenspel van de bouwvolumes is uitermate beeldbepalend voor de omgeving. Met de houten spanten in het zicht vormt het een uniek ruimtelijk beeld. Op 5 Jan. 1997 neemt pastoor L. Hausmans afscheid om met emeritaat te gaan. Pastoor J. Salden van de parochie Terwinselen wordt administrator, hetgeen inspeelt op de toenemende wenselijkheid van samenwerking en clustering van parochies. Zo worden de mistijden in beide parochies op elkaar afgestemd en vindt er regelmatig teamoverleg plaats. Op zondag 14 Dec. wordt als nieuwe pastoor van de St. Martinusparochie kapel aan drs. G. Lauvenberg geïnstalleerd. Hij krijgt tevens het pastoorschap van de Gracht in het vooruitzicht. Helaas geeft hij op 10 April 1998 zijn benoeming terug wegens onoverkomelijke problemen bij de uitvoering van zijn pastorale taken. In allerlei opzichten is dit een zware schok voor de parochie. Assistent pastor B. Knubben, op dat moment parttime werkzaam als coördinator van het centrum UTP. , wordt gevraagd uit te helpen totdat een oplossing gevonden is. In die oplossing moet ook meegenomen worden de noodzaak van verdere clustering van de parochies in Kerkrade West. De pastorie die in het begin van het jaar van binnen opnieuw opgeknapt werd gaat uitsluitend als parochiecentrum gebruikt worden. Drie vrijwilligsters behartigen het parochiesecretariaat en verzorgen de administratie, maar nemen ook het voortouw op het gebied van liturgie, catechese en publiciteit. Samen met pastor B. Knubben, vormen ze een pastoraatsgroep. Ondertussen vinden er besprekingen plaats met het bisdom om te komen tot een plan van aanpak ter realisatie van een nauwer samenwerkingsverband tussen verschillende parochies o.l.v. één pastoor. Dit leidt ertoe datin maart 1999 als tussenstap deken A. Borghans benoemd wordt tot administrator op de Gracht en pastor B. Knubben tot administrator van de Martinusparochie. Aalmoezenier F. Vroemen wordt tot begeleider van het traject benoemd. Op het eind van het jaar wordt een vijfjarenplan aangenomen waarin gestreefd moet worden naar een cluster van de vijf parochies in Kerkrade West o.l.v. een pastoraal team. Op weg naar die eenheid komen er twee samenwerkingsverbanden: ’t Samenwerkingsverband Gracht en Heilust. Pastoor C. Dogge wordt tevens administrator van de Gracht. Een samenwerkingsverband Terwinselen en Spekholzerheide. Pastoor J. Salden van Terwinselen krijgt de verantwoordelijkheid over de diaconie in het samenwerkingsverband. Administrator B. Knubben die over de samenwerkingsopbouw. De parochies van Terwinselen en die van Kaalheide worden door een noodprocedure met elkaar verbonden. Middels twee groepen van inter parochiële samenwerking (IPS) wordt naarstig naar verdere samenwerking toegewerkt. Regelmatig overleg vindt plaats tussen de vijf van West. Ondertussen wordt op materieel gebied de kelder onder de kerk waarvan het Parochieel Jongerenwerk gebruik maakt, geheel gerenoveerd, De dakgoten en ramen van de kapelanie aan de Kerkstraat worden vernieuwd, en verdere verbeteringen aan het interieur van de kerk en de pastorie aangebracht. Er wordt ook nieuwe liturgische kleding aangeschaft. Pastoors en administratoren van de parochie: 1851 - 1867 J. Scheuren 1867 - 1892 J. Wetzels 1893 - 1910 J. Van Wersch
1911 - 1924 P. Jongen
1924 - 1929 J. Verheggen
1930 - 1932 L. Tummers
1932 - 1949 W. Theelen
1949 - 1964 C. Grooten
1964 - 1975 J. Custers
1975 - 1997 L. Hausmans
1997- 1997 J. Salden (administrator) 1997 - 1998 G. Lauvenberg
1998 - 2007 B. Knubben (administrator)
2007 - F. Sweer